Zwaard of kruis? Rij
in Veldwezelt over de brug naar Maastricht en vlak voorbij de grens,
aan de rechterkant, ligt een enorm rotsblok. Daarin staan twee zwaarden
geplant. Misschien vind je wel dat de zwaarden eerder op kruisen
lijken. Dat is nog niet zo gek gedacht. Want deze plek heeft alles te
maken met oorlog en strijd tussen verschillende strekkingen binnen
hetzelfde christelijke geloof. Strekkingen die ooit hun gelijk wilden
halen met het zwaard, in het teken van het kruis.
Het rotsblok
is één van de 14 landmarks die in Riemst, Maastricht en Lanaken
geplaatst werden. Allemaal staan ze op plaatsen waar het landschap een
belangrijke rol gespeeld heeft in het leven van de mensen, die hier
woonden. Maar deze plek, hier bij de Doosberg, is wel heel erg
belangrijk geweest. Hier had de geschiedenis van België en Nederland
een andere loop kunnen nemen. Bij de Doosberg had het in 1568 tot een
veldslag kunnen komen tussen Willem van Oranje en zijn protestantse
aanhangers tegen Alva en de katholieke Spanjaarden. Had Oranje Alva
kunnen verslaan, dan was er nooit sprake geweest van twee aparte
landen, Nederland en België. En had het zwaard beslist over de
geloofsovertuiging, katholiek of protestant.
Een ideale plek om
even na te denken over de internationale gebedweek voor de eenheid
onder de christenen. Die loopt ieder jaar van 18 tot 25 januari.
Nu onbekend, vroeger gesprek van de dag In
onze directe omgeving komen we ze niet zo vaak tegen: mensen die wel
christenen zijn, maar niet katholiek. Gellik kent zijn jaarlijkse
oecumenische dienst op de zaterdag rond 10 mei, als o.a. de
slachtoffers van het neergestorte Engelse vliegtuig in 1940 herdacht
worden. Maar daar blijft het voor de meesten onder ons bij. We moeten
al hard nadenken om de naam van een protestant, een anglicaan of een
orthodox uit onze kennissenkring te noemen. Niet zo vreemd:
enerzijds kennen we ze niet, want zo vaak spreken mensen niet over
hetgeen, waarin ze geloven. En anderzijds, in onze parochies zijn er
niet zoveel niet-katholieke christenen.
Ooit is het anders
geweest. 500 Jaar geleden was de interesse in geloofszaken zeer groot.
Daar was een reden voor. In de kerk heersten veel wantoestanden.
Iedereen begreep dat het zo niet verder kon. Voor (veel) geld kon je
bijvoorbeeld een volle aflaat kopen, waardoor je verzekering kreeg dat
je later zeker in de hemel terecht zou komen. Tegen deze misstanden
ontstonden vernieuwingsbewegingen. Die gingen op zoek naar de ware kern
van het geloof. Ondertussen was de boekdrukkunst uitgevonden. Dat
drukte de kosten, meer mensen konden zich een bijbel aanschaffen en
gingen die zelf lezen.
Al dat nieuwe werd druk besproken, in een
streek op een kruispunt waar ideeën uit alle windstreken passeren.
Luther preekte in Duitsland, zijn gedachten werden meegebracht door
handelaars die van Keulen over Aken en Maastricht naar de wereldhaven
Antwerpen reisden. Nieuwe inzichten uit de Franse wereld volgden de
loop van de Maas, zo konden ze snel onze streken bereiken. Die nieuwe
ideeën vonden in de streek snel heel wat aanhang.
Protestantse martelaren in Maastricht en omgeving Keizer
Karel V was heerser over de Spaanse Nederlanden en daardoor ook
medeheer van Maastricht. De andere heer van Maastricht was de
prinsbisschop van Luik. Gellik en Veldwezelt met Kesselt vielen ook
onder het Luikse gezag. Deze zeer katholieke vorsten aanvaardden geen
afwijkende ideeën. Met harde hand grepen ze in. Alleen al in februari
en maart 1535 werden vijftien ‘ketters’, zoals ze toen beschouwd
werden, omwille van hun geloof ter dood gebracht op het Vrijthof in
Maastricht, verbrand in een strooien huisken, onthoofd of verdronken in
de Maas.
Zoals bij alle godsdienstconflicten speelden er naast
religieuze ook andere maatschappelijke of politieke elementen een rol.
Dat was/is nu zo bij de strijd tussen katholieken en protestanten in
Noord-Ierland. Dat is zo tussen sjiieten en soennieten in de
moslimwereld. Dat was in de 15de en 16de eeuw niet anders. Veel
stadsbesturen en edelen steunden het protestantisme niet alleen om
religieuze redenen, maar ook uit verzet tegen de eenheidspolitiek van
Karel V en zijn zoon Filips II.
De standpunten verhardden en
de tegenstelling bereikte een pijnlijk hoogtepunt toen Filips II de
hertog van Alva naar de Nederlanden stuurde om zijn politiek met geweld
door te voeren Dat was het begin van de opstand tegen de Spaanse kroon.
De graven van Egmont en Hoorn werden terechtgesteld, onthoofd op de
Grote Markt in Brussel. Dat waren de bekendste slachtoffers van Alva.
Maar bijvoorbeeld ook de twee jongste zonen van de heer van Stein, dat
aan de overkant van de Maas ligt, werden op last van Alva in Brussel
onthoofd.
De Opstand Als
Willem van Oranje, de hoogste edele in de Nederlanden, vogelvrij
verklaard wordt en al zijn bezittingen aangeslagen worden, is er geen
weg meer terug. Willem verzamelt een leger. Vanuit Dillenburg, zijn
stamslot in Duitsland, beraamt Willem invallen in de Nederlanden tegen
de Spaanse troepen. Doel van de veldtocht is een grote stad in Brabant,
Limburg of Luik voor de opstand te winnen of te veroveren. Het leger
van Oranje is veel talrijker dan het Spaanse van Alva. Daarom tracht
Alva een veldslag te vermijden. Als hij zou verliezen zou dat in één
klap de ondergang van de Spaanse koning in de Nederlanden kunnen
betekenen. Op godsdienstig vlak zou dat meebrengen dat de hele
Nederlanden (wat nu Nederland en België is) voor het katholieke geloof
verloren zouden zijn en protestant worden.
Over de Maas bij Stokkem Alva
wist niet waar Willem van Oranje zou aanvallen. In ieder geval moest
Oranje ergens de Maas oversteken. Daarom verspreidde Alva zijn troepen
over een gebied tussen Neerharen en (Nederlands) Eijsden. Oranje
vestigde zijn hoofdkwartier op het kasteel van Wittem en deed of hij
bij Visé aan zou vallen. Willem van Oranje kreeg echter een tip
van de adellijke heren van de Maaskant die aan de protestantse kant
stonden. De Maas bij Stokkem stond erg laag en daar zou het leger
gemakkelijk de Maas kunnen oversteken. Oranje speelde een stukje
komedie: terwijl zijn leger naar Stokkem trok, liet hij een troepje
soldaten achter bij het kamp in Wittem, dat de kampvuren brandend
hield. De truc lukte. De verkenners van Alva merkten pas dat het kamp
verlaten was en hun tegenstander verdwenen, toen het leger van Willem
van Oranje al over de Maas getrokken was. Het kwam al dreigend
aangemarcheerd via Rekem en Lanaken.
Daarom moest het Spaanse
leger van Alva zich snel verplaatsten en het verschanste zich op de
hoogten bij Caberg, achter de Zouw. Willem van Oranje zocht ook een
hooggelegen punt op voor zijn leger en nestelde zich in Eigenbilzen.
Alva voelde zich nog niet veilig genoeg en trok naar een groter hoogte,
de Doosberg. Om de steile helling nog meer geschikt te maken voor het
geval het tot een veldslag zou komen, liet hij ’s nachts in allerijl
loopgraven en verschansingen aanleggen.
Oog in oog bij de Doosberg Op
9 oktober had Alva de west- en noordzijde van de Doosberg et infanterie
en artillerie bezet. Zijn ruiterij stond in de laagte achter de berg,
naar Maastricht toe. Oranje, in het besef van zijn overmacht, wilde
absoluut een gevecht om Alva en de Spanjaarden in de pan te hakken. Van
Eigenbilzen via Gellik en Mopertingen trok zijn leger op door
Veldwezelt. Slechts gescheiden door het Hezerwater (nu de vijvers op
het golfterrein) werden de twee legers in slagorde opgesteld. Hoe we
ons dat moeten voorstellen, zien we op een prent van Franz Hogenberg
uit die tijd. Links boven in de hoek ligt Maastricht met de brug over
de Maas en Wijck. De weg aan de linkerrand van de prent is de oude
Bilzerbaan (nu de Via Regia). Op de voorgrond het leger van Oranje, op
de Doosberg de Spanjaarden en hun kanonnen.
Als je deze prent
ziet, begrijp dat Willem van Oranje de strijd toch niet aandurfde. Alva
was een veel knapper veldheer, die steeds weer de voordelen van het
landschap wist te benutten. Zo kon hij met een zwakker leger en
sterkere tegenstander afweren. Deze veldtocht van Oranje en zijn
protestantse medestanders werd een militaire mislukking. Na de net
vermeden veldslag bij de Doosberg, trok hij via Kesselt richting
Tongeren. Die stad en Sint-Truiden kon hij veroveren, maar uiteindelijk
moest hij naar Frankrijk vluchten.
Het is een vreemde ervaring
als je bij dit landmark aan de voet van de Doosberg staat. Bijna 450
jaar geleden stonden hier legers tegenover elkaar omwille van hun
geloof, dat zij als het enige ware beschouwden. Zoveel eeuwen later
bidden christenen van allerlei strekkingen om de eenheid onder elkaar
terug te vinden.
Wil je meer weten over wat tijdens die
godsdienststrijd gebeurde in deze streek, kijk dan op
www.grensschap.eu. Of bezoek de landmarks nummer 3 (in het Lanakerveld
tussen Smeermaas en Caberg bij de windturbines) en nummer 4 (langs de
Via Regia bij d Doosberg). Bij ieder landmark is er informatie te vinden op de grenspaalkubus.
|
 Kerk en Leven, Gelik, Kesselt en Veldwezelt.
Landmark 4 aan de voet van de Dousberg, zwaarden of kruisen?.
 De
leger van Willem van Oranje (op de voorgrond) en die van Alva (op de
Doosberg) met links de Bilzerbaan (via Regia) met daarachter de stad
Maastricht. Daarachter, over de Maas ligt Wijck.
|